Bij een klacht in de borst en een eventueel vermoeden van borstkanker wordt u door de huisarts verwezen naar de mammapolikliniek, waar de nurse practitioner oncologie of verpleegkundig consulent oncologie (npo/vco) u ziet. Belt uw huisarts dezelfde dag nog, dan kunt u vaak de volgende dag direct langskomen. Het kan ook zijn dat u een verwijzing krijgt naar de chirurg.
Van de huisarts krijgt u de folder 'Onderzoek naar een borstafwijking'.
Bij het eerste bezoek wordt u ontvangen op de polikliniek chirurgie en wordt de anamnese (dit is de voorgeschiedenis en relevante omstandigheden die u als patient aan de npo/vco of chirurg kunt vertellen) en lichamelijk onderzoek uitgevoerd. Na de anamnese en het lichamelijk onderzoek bezoekt u de röntgenafdeling/radioloog voor de vervolgonderzoeken:
- mammografie
- indien nodig echografie
- indien nodig echogeleide biopsie
De anamnese en het lichamelijk onderzoek, het beeldvormende onderzoek en de biopsie vormen samen de zogenaamde triple diagnostiek.
De triple diagnostiek gebeurt tijdens uw eerste bezoek. De biopsie wordt onderzocht en de volgende werkdag maken we een afspraak en krijgt u de uitslag van de chirug of npo/vco.
Soms is het nodig aanvullend onderzoek te doen. Dit kan bestaan uit het uitvoeren van een MRI scan, of een stereotactisch biopt. Dat is een biopsie uitgevoerd op geleide van röntgenstralen. Een MRI scan wordt binnen maximaal 10 dagen uitgevoerd en een stereotactische biopsie wordt binnen maximaal5 werkdagen uitgevoerd.
Binnen 1 of 2 werkdagen na de onderzoeken volgt het uitslaggesprek op de polikliniek. Tijdens dit gesprek wordt de uitslag van de biopsie besproken. Als het om een goedaardige afwijking blijkt te gaan, hoeft u meestal niet voor controle terug te komen. Het kan zijn dat het in uw geval wel nodig is om te blijven controleren. Wij maken dan afspraken met u hoe we de controles vorm gaan geven.
Als de uitslag borstkanker is dan worden direct de verschillende behandelmogelijkheden besproken. Daarbij wordt u uitvoerig geïnformeerd over de consequenties van de keuzes. Bij dit gesprek kan ook een poliverpleegkundige aanwezig zijn.
Direct aansluitend op het gesprek met de chirurg of de npo/vco vindt er een nagesprek met de poliverpleegkundige plaats. Tijdens dit gesprek wordt nog eens rustig nagegaan of alles voor u duidelijk is en of er nog vragen zijn. Wij adviseren u bij uitslaggesprekken altijd een vertrouwd persoon mee te nemen.
Het is de bedoeling dat in maximaal twee weken nadat de uitslag bekend is de behandeling middels een operatie plaatsvindt. Als de behandeling start met chemotherapie is dit binnen maximaal 4 weken.
De npo/vco geeft u nog verdere voorlichting over de behandeling en het verdere verloop van het proces. De behandelmogelijkheden worden nog eens doorgenomen en als er nog vragen of onduidelijkheden zijn van uw kant, worden deze besproken. U bezoekt vervolgens de chirurg voor het bespreken van de definitieve behandelkeuze.
Mochten er meerdere afspraken nodig zijn om tot deze keuze te komen dan is dat mogelijk.
De operatie mogelijkheden zijn als volgt:
- borstsparende operatie met schildwachtklier procedure
- borstsparende operatie met okselkliertoilet
- verwijdering van de borst (ablatio) met schildwachtklierprocedure
- verwijdering van de borst (ablatio) met okselkliertoilet
- reconstructie tijdens of na verwijdering van de borst (ablatio)
Indien er sprake is van een borstsparende behandeling dan wordt u voor radiotherapie aangemeld bij het UMCG voor een gesprek, voorafgaand aan de operatie en voor de bestralingsbehandeling die na de operatie volgt.
Als er sprake is van een operatie dan wordt de opname datum met u afgesproken. U gaat voor de operatie naar het pre-operatieve spreekuur van de anesthesist en een verpleegkundige. Tijdens dit spreekuur wordt met u afgestemd over de noodzaak van een aantal pre-operatieve consulten en daarbij horende onderzoeken:
- internist
- longarts op indicatie
- cardioloog op indicatie
Op de afgesproken opnamedag meldt u zich op de afdeling en heeft u een opname gesprek met de afdelingsverpleegkundige. De chirurg zal die dag ook een bezoek aan de patient op de afdeling brengen en nadere uitleg over de operatie geven en nagaan of alles duidelijk is.
De operatie wordt uitgevoerd, meestal de dag na opname.
Na de operatie gaat u terug naar de verpleegafdeling. Hier krijgt u bezoek van de chirurg. Hij of zij informeert u over het traject na de operatie en maakt een poliklinische afspraak voor na de operatie.
De chirurg en de afdelingsverpleegkundige overleggen met u over de ontslagdatum. Hiervan wordt u op de hoogte gebracht. Binnen 5 werkdagen na de operatie wordt de uitslag van het weefsel onderzoek (pathologische anatomische uitslag ofwel PA-uitslag) met u besproken en wordt bepaald of er aanvullende (ofwel stadiëringsonderzoeken) en nabehandelingen nodig zijn. Het kan in sommige gevallen voorkomen dat er één of meerdere heroperaties nodig zijn.
Als u bent opgenomen vindt dit gesprek op de afdeling plaats met de chirurg en de afdelingsverpleegkundige.
u niet meer bent opgenomen of gewoon indien u al naar huis bent gegaan, vindt dit gesprek op de polikliniek met de chirurg en de polikliniekverpleegkundige plaats.
Als dit bij u van toepassing is ondergaat u de stadiëringsonderzoeken. Deze bestaan uit een CT scan van de borstkas, de lever en een botscan. Dit laatste onderzoek vindt plaats op locatie Lucas. De onderzoeken zijn bedoeld om eventuele uitzaaiingen op afstand op te sporen. U krijgt de uitslag van de chirurg of de internist.
Vervolgens bezoekt u de npo/vco direct na de opname. In dit gesprek wordt de opname geëvalueerd en wordt (indien van toepassing) prothesevoorlichting gegeven en voorlichting over de verschillende aanvullende therapiesoorten. Tevens wordt er als er meerdere personen in de familie zijn met borstkanker de mogelijkheid erfelijkheidsonderzoek met u besproken. Het tijdstip waarop een eventuele verwijzing plaatsvindt, wordt in onderling overleg met u bepaald.
Als er in het behandelvoorstel is afgesproken voorafgaand aan de operatie eerst chemotherapie te geven, gaat u eerst naar de internist. Deze geeft informatie over de meerwaarde, aard, doel duur en de bijwerkingen van de behandeling. Na het gesprek met de internist hebt u nog een informatiegesprek met de npo/vco over de chemotherapie. In dit gesprek ontvangt u meer gedetailleerde informatie en wordt de behandeling ook gepland. Vaak zit er enige tijd tussen de afspraken zodat u de gelegenheid heeft over het een en ander na te denken en vragen te verzamelen.
De dag voorafgaand aan elke chemokuur vindt een laboratoriumonderzoek en bezoek aan de internist of npo/vco (om en om) plaats en zonodig bij complicaties en bijwerkingen vaker.
Tijdens de chemotherapie wordt u begeleidt door de verpleegkundige die de chemotherapie toedient op de interne polikliniek.
Bekijk de folders 'Chemotherapie voorafgaand aan de operatie', 'Veiligheidsrichtlijnen bij cytostatica' en 'Neo adjuvante chemotherapie'.
Na de operatie zijn er vier mogelijke therapieën:
- chemotherapie
- hormoontherapie
- radiotherapie
- doelgerichte (immuno) therapie
Chemotherapie
In het geval van chemotherapie bezoekt u de internist. Deze geeft informatie over de meerwaarde, aard, doel duur en de bijwerkingen van de behandeling. Na het gesprek met de internist hebt u nog een informatiegesprek met de npo/vco over de chemotherapie. In dit gesprek ontvangt u meer gedetailleerde informatie en wordt de behandeling ook gepland.
De dag voorafgaand aan elke chemokuur vindt een laboratoriumonderzoek en een bezoek aan de internist of npo/vso (om en om) plaats en zonodig bij complicaties en bijwerkingen vaker. U kunt de npo/vco bij vragen, onduidelijkheden of complicaties altijd bellen, bij voorkeur tijdens het telefonische spreekuur en zo nodig daar buiten. ’s Avonds, ’s nachts en in het weekend kunt u hiervoor onze afdeling spoedeisende hulp bellen.
Tijdens de chemotherapie wordt u begeleidt door de verpleegkundige die de chemotherapie toedient op de afdeling cytostatica van de interne polikliniek. Bekijk ook de folders 'Chemotherapie' van de KWF en ' Veiligheidsrichtlijnen bij Cytostatica'.
Hormonale therapie
Vaak zijn borsttumoren gevoelig voor hormonale therapie. Het tumorweefsel heeft een zogenaamde hormoonreceptor. De medicijnen beinvloeden de aanmaak van hormonen of de werking van de hormoonreceptoren op de borstkankercel.
Bij hormonale therapie bezoekt u de internist voor een gesprek over de aard, het doel, de duur, bijwerkingen van de behandeling.
Tevens heeft u een informatiegesprek met de npo/vco voor een nadere toelichting op de therapie. U krijgt dan informatie over de mogelijke bijwerkingen en de wijze waarop u begeleid wordt tijdens de hormonale therapie.
Als u chemotherapie en hormoonbehandeling krijgt dan wordt het gesprek met de internist gecombineerd. Dat geldt ook voor het gesprek met de npo/vco. Ook hier vinden de controles om en om plaats door de internist en de npo/vco. Bekijk de folder 'Hormoontherapie bij borstkanker'.
Radiotherapie
De radiotherapie wordt uitgevoerd in het UMCG en u ontvangt dan ook een uitnodiging van het UMCG. Normaal gesproken gebeurt dit 4 weken na de operatie. Tijdens het eerste bezoek aan het UMCG vindt de intake plaats, wordt het bestralingsgebied afgetekend en wordt er een planning gemaakt. Tijdens het tweede bezoek zal de eerste bestraling plaatsvinden. Vervolgens is er een wekelijks gesprek bij de radiotherapeut mogelijk om uw vragen te beantwoorden. Bekijk de folder van de KWF 'Radiotherapie'
Doelgerichte( immuno) therapie
Doelgerichte of immuno therapie wordt steeds meer gebruikt bij de behandeling van kanker. Deze therapie bestaat uit medicijnen die een specifiekere werking hebben dan chemotherapie. De medicijnen grijpen aan op bepaalde groeifactoren en receptoren van deze groeifactoren. De groeifactoren stimuleren de groei van kankercellen die daar gevoelig voor zijn; doelgerichte therapie blokkeert deze stimulerende werking door:
- de groeifactor zelf te blokkeren;
- het blokkeren van (de werking) van de groeifactorreceptor.
Trastuzumab (Herceptin ®)
Bij de doelgerichte behandeling van borstkanker wordt tegenwoordig vooral het medicijn trastuzumab gebruikt. Sommige borsttumoren zijn zeer gevoelig voor dit medicijn. Het tumorweefsel heeft dan de zogenoemde HER2 receptor.
Of u voor behandeling met het medicijn trastuzumab in aanmerking komt, hangt onder andere af van de eigenschappen van de tumor. De eigenschappen zijn door de patholoog aangetoond na onderzoek van het tumorweefsel dat tijdens uw borstoperatie is verwijderd.
Bevacizumab (Avastin®) (bij uitgezaaide borstkanker)
Bevazcizumabis een zogeheten angiogeneseremmer. Met angiogenese bedoelen we de vorming van nieuwe bloedvaten. Een angiogeneseremmer remt dus de vorming van nieuwe bloedvaten. Tumoren hebben voedingsstoffen en zuurstof nodig om te kunnen groeien. Deze worden aangevoerd via het bloed. Om verder te kunnen groeien heeft een tumor dus een steeds grotere toevoer van bloed nodig. Door de vorming van nieuwe bloedvaten in een tumor is dat mogelijk. Als de nieuwvorming van deze bloedvaten geremd wordt, kan de tumor niet verder groeien. Het toevoegen van bevacizumab aan chemotherapie verbetert de vooruitzichten voor patiënten.
Doelgerichte therapie wordt meestal tegelijk met of na de chemotherapie gegeven, maar niet tegelijk met bestraling.
Meer informatie over doelgerichte (immuno) therapie kunt u lezen in de brochure ‘Immunotherapie en monoclonale antilichamen’ van KWF Kankerbestrijding.
Uitzaaiingen (metastasen) in ander organen
Als borstkankercellen uitgezaaid zijn naar bijvoorbeeld de lever, de botten of de longen, is genezing niet meer mogelijk. Uitzaaiingen kunnen worden behandeld met palliatieve behandeling. Een palliatieve behandeling is gericht op het remmen van de ziekte en/of vermindering of het voorkomen van klachten. Met deze behandelingen kan geen genezing meer worden bereikt. Een palliatieve behandeling kan bestaan uit chemotherapie, hormoontherapie, doelgerichte (immuno) therapie of radiotherapie om de kanker zoveel mogelijk af te remmen en de kwaliteit van het leven zo hoog mogelijk te houden.
Deelname wetenschappelijk onderzoek (trials)
De OZG doet mee aan medisch-wetenschappelijk onderzoek in het kader van de behandeling voor uitgezaaide borstkanker. U kunt gevraagd worden hieraan mee te doen. Voor u besluit aan het onderzoek deel te nemen, krijgt u altijd mondelinge en schriftelijke informatie over het onderzoek en de zaken die ermee samenhangen. Uw medewerking wordt op prijs gesteld, maar u bent zeker niet verplicht om mee te doen. Uw besluit om niet deel te nemen heeft natuurlijk geen enkele invloed op uw behandeling.
Controlefase
In de controle fase heeft u afhankelijk van het type behandeling een aantal controle afspraken met de chirurg, de internist, de npo/vco of de radiotherapeut.
De controles vinden plaats aan de hand van een bepaald schema. Dit schema is afgestemd op de behandeling die u hebt ondergaan en kan dus verschillen per patiënt. U krijgt dit schema na alle behandelingen van de npo/vco.
Naast de controles die uitgevoerd worden door de specialisten die u behandeld hebben volgens het eerder genoemde controle schema, kan de nazorg bestaan uit andere zaken, zoals bijvoorbeeld:
- begeleiding bij het weer in conditie komen door middel van revalidatietraining bij een fysiotherapeut
- begeleiding in verband met lymfeoedeem, door een lymfeoedeem therapeut
- begeleiding door een diëtiste om op een door u gewenst gewicht te komen of te blijven
- begeleiding door een psycholoog (intern of extern) of maatschappelijk werker voor psychische of sociale problematiek.
Deze hulpvormen kunnen ook al tijdens de behandeling ingezet worden. Of u in aanmerking komt voor nazorg bij een van bovengenoemde of andere professionals zal zorgvuldig met u afgestemd worden. Daartoe zal met enige regelmaat een vragenlijst met u doorgenomen worden. Aan de hand van de vragenlijst hebt u een verdiepend gesprek met de npo/vso over de thema’s die u hebt aangekruist. Op basis van de uitkomsten van het gesprek en in overleg met u kan een verwijzing naar een andere zorgverlener plaatsvinden. Het geheel van afspraken wordt vastgelegd in een nazorgplan. Het gesprek met behulp van de vragenlijst vindt overigens ook al plaats tijdens de behandeling. De tijdstippen worden dan in onderling overleg met u bepaald. De vragenlijst wordt de Lastschaal genoemd.
















