Uit onderzoek is gebleken dat het merendeel van de Nederlanders het belangrijk vindt dat ziekenhuizen de sterftecijfers bekend maken. Zij kunnen deze gegevens dan mee laten wegen in de keuze van het ziekenhuis dat ze willen bezoeken.
Ondanks het feit dat wij onze kwaliteit verbeteren en ons maximaal inspannen voor de patiënt, overlijden er ook patiënten in ons ziekenhuis. De Ommelander Ziekenhuis Groep (OZG) maakte in 2009, als één van de eerste ziekenhuizen haar gegevens openbaar om helderheid aan haar patiënten te geven.
Op basis van gegevens zoals leeftijd, ziekte, geslacht, urgentie van opname en verpleegduur, is het mogelijk het te verwachten aantal overlijdensgevallen te berekenen. Sinds een aantal jaren wordt in Engeland en in de VS de Hospital Standard Mortality Ratio (HSMR) bepaald. Dit is een verhouding tussen het aantal patiënten wat verwacht mag worden te overlijden en het werkelijk aantal overleden patiënten. Dat ziet er bijvoorbeeld als volgt uit:
| Verwachte sterfte | Werkelijke sterfte | HSMR |
|---|---|---|
| 10 | 9 | 90 |
| 10 | 10 | 100 |
| 10 | 12 | 120 |
Boven de honderd is dus een slechte prestatie en onder de honderd een goede. Dit omdat er dan minder mensen overlijden dan verwacht en dus de zorg in het ziekenhuis van bovengemiddelde kwaliteit moet zijn.
Aan het landelijk bekende onderzoeksinstituut Prismant, leveren veel ziekenhuizen gegevens aan, waardoor Prismant in staat is op een wetenschappelijk verantwoorde wijze deze HSMR te berekenen. Dus op een onafhankelijke en wetenschappelijk verantwoorde wijze kunnen ziekenhuizen onderling worden vergeleken op de kwaliteitsindicator ‘sterfte’.
Ook voor het rapport over de jaren 2006 – 2008 zegt Prismant:
“Samenvattend kan gezegd worden dat het gegevensbestand van uw ziekenhuis geen systematische bijzonderheden vertoont. Een betrouwbare berekening van (H)SMR is mogelijk”.
Als patiënt bent u in toenemende mate geïnteresseerd in de kwaliteit van de zorg die ziekenhuizen leveren. Bovendien wilt u graag weten hoe ziekenhuizen het ten opzichte van elkaar doen. Dit is noodzakelijk om u een keus te kunnen laten maken voor een ziekenhuis.
De OZG, locatie Lucas, heeft als één van de eerste ziekenhuizen haar gegevens openbaar gemaakt om u als patiënt helderheid te geven over onze prestaties. Hieronder ziet u de score.
| 2001-2003 | 2003-2006 | 2004-2006 | 2005-2007 | 2006-2008 | |
|---|---|---|---|---|---|
| HSMR | 98 | 95 | 91 | 85 | 86 |
| in 2005 | in 2006 | in 2007 | in 2008 | |
|---|---|---|---|---|
| HSMR | 87 | 85 | 91 | 87 |
Naast deze harde getallen wijkt de locatie Lucas statistisch significant af van het Nederlands gemiddelde. Dit betekent dat het feit dat het sterftecijfer in positieve zin afwijkt van het gemiddelde niet berust op toeval, dus bewezen lager is dan het Nederlands gemiddelde.
Voor de locatie Delfzicht zijn deze cijfers niet inzichtelijk. Vanaf 2011 kunnen wij dit over het jaar 2010 wel laten zien. Dit heeft te maken met een keuze van het toenmalige Delfzicht Ziekenhuis om niet mee te doen met een landelijke registratie. De grondslag hiervoor was een bezuinigingsmaatregel.
Wel heeft de OZG de gegevens over 2008 over niet gecorrigeerde sterftecijfers van locatie Delfzicht.
Voor beide locaties staan ze in de tabel hieronder.
| Locatie | Aantal opnames | Aantal overleden patienten | Verhouding overleden/opnames |
|---|---|---|---|
| Delfzicht | in 2008: 8577 | in 2008: 177 | in 2008: 2,06% |
| in 2007: 8503 | in 2007: 155 | in 2007: 1,82% | |
| Lucas | in 2008: 9058 | in 2008: 240 | in 2008: 2,65% |
| in 2007: 8621 | in 2007: 210 | in 2007: 2,44% |
Eind 2009 is besloten dat de ziekenhuizen die aangesloten zijn bij de NVZ vereniging van ziekenhuizen (NVZ) en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) in 2010 allemaal hun sterftecijfers bekend gaan maken. Dit is voor het eerst gebeurd op 15 juli 2010.
De cijfers die in 2010 door de NVZ zijn gepubliceerd zijn ruwe, ongecorrigeerde cijfers. Het is een overzicht van de feitelijke cijfers, maar er is geen rekening gehouden met factoren die van invloed zijn op de sterfte.
Als we ziekenhuizen willen vergelijken dan is dat wel noodzakelijk. Een voorbeeld om dit te verduidelijken:
Als een ziekenhuis een terminale (niet meer te genezen) patiënt tot aan de dood in het ziekenhuis begeleidt en verzorgt (dus palliatieve zorg aanbiedt) dan is het logisch dat in dat ziekenhuis de sterftecijfers hoger zijn dan in een ziekenhuis zonder zo’n palliatieve voorziening. Patiënten van deze ziekenhuizen zullen thuis of in een hospice (een 'thuis' voor mensen in de laatste fase) sterven.
Citaat NVZ bij de publicatie op 15 juli 2010:
“De nu gepresenteerde cijfers geven nog geen informatie over de kwaliteit van een ziekenhuis. Met deze cijfers kunnen ziekenhuizen niet met elkaar worden vergeleken. Om een vergelijking met andere ziekenhuizen mogelijk te maken, zou een correctie plaats moeten vinden voor allerlei factoren die van invloed zijn op de ziekenhuissterfte. Het gaat daarbij onder meer om leeftijd, geslacht, opnamediagnose, ernst van de hoofddiagnose, acute opname, sociale status en bijkomende ziektebeelden en omstandigheden. In Nederland bestaat op dit moment nog geen algemeen aanvaard meetsystematiek die de ruwe ongecorrigeerde sterftecijfers corrigeert. Daar wordt wel aan gewerkt: de NVZ en NFU verwachten in 2011 gecorrigeerde sterftecijfers te kunnen publiceren.”
| Cijfers 2009 | Dagopnames | Klinische opnames | Sterfte dagopnames | Sterfte klinische opnames | % dag | % klinisch |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Delfzicht | 5.949 | 8.534 | - | 165 | 0,00% | 1,93% |
| Lucas | 8.617 | 9.059 | - | 232 | 0,00% | 2,56% |













